Paasbrief Nederlandse Bisschoppen

‘Deze Goede Week, die met Palm­zon­dag begon, verloopt heel anders dan ons ver­trouwd is. En ook Pasen zal dit jaar vreemd zijn’. Zo opent de brief die de Neder­landse Bis­schop­pen voor Pasen 2020 aan de gelo­vi­gen schrijven. Met deze brief willen ze ie­der­een bemoe­digen nu het Hoog­feest van Pasen niet in de kerken gevierd kan wor­den in ver­band met het corona­vi­rus. Lees de hele brief verder op de website van het Bisdom.

Paasgroet van Franklin Brigitha

Beste mensen,

Een ieder die zich betrokken voelt bij onze geloofsgemeenschap als parochiaan of zoekende in deze crisistijd, heeft wellicht behoefte aan een bemoedigend woord. We zitten nu in de Goede Week, een week die we dit jaar anders zullen vieren. Niet met uiterlijke tekenen en symbolen maar meer innerlijk en in besloten familiekring in een feestelijke sfeer.

De invulling van Pasen is dit jaar anders nl.: samen met je gezin bidden en de dienst volgen op de tv. Het gevaar dat we vooral dit jaar oplopen is, dat we alles aannemen als een herdenking van de historische momenten in het leven van Jezus, zoals de Witte Donderdag met zijn leerlingen aan tafel, Goede Vrijdag zijn lijden en dood en Pasen de opstanding uit de doden.

Maar Pasen vieren is de Heer die tot ons spreekt in deze concrete situatie d.m.v. zijn Woord dat ons verlicht en begeleidt naar zijn koninkrijk.

De afgelopen tijd zijn we steeds waakzaam voor de maatregelen die getroffen zijn om het coronavirus te bestrijden. Lees verder

Nieuwsbrief 05 van 2020 is verschenen!

Op 9 april 2020 is nieuwsbrief 05 verschenen. In deze nieuwsbrief de lezingen van deze week en een verkondiging van Pastoor Jan-Jaap van Peperstraten. Maar ook een aantal woorddiensten die zijn opgenomen voor Witte Donderdag, Goede Vrijdag. Ook een filmpje van de Kruisweg op Goede Vrijdag. In deze coronacrisis willen we toch naar u toekomen. Als u deze nieuwsbrief in uw mailbox wilt ontvangen, stuur dan een mail naar ledenadm@matthiaslaurentius.nl , met daarbij ook vermelding van uw naam en adres.

Witte Donderdag: Lezing over het Laatste Avondmaal uit het Marcusevangelie en Verkondiging

Lezing over het Laatste Avondmaal uit het Marcusevangelie en verkondiging door Pastoor Jan-Jaap van Peperstraten

Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, zeiden zijn leerlingen tot Hem: “Waar wilt Gij dat wij voorbereidselen gaan treffen, zodat Gij het paasmaal kunt houden?”  Hij zond daarop twee van zijn leerlingen uit met de opdracht: “Gaat naar de stad en daar zult ge een man tegenkomen die een kruik water draagt; volg hem en zegt aan de eigenaar van het huis waar hij binnengaat: De Meester laat vragen: Waar is de zaal voor Mij, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? Hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien, met rustbedden en van al het nodige voorzien: maakt daar alles voor ons klaar.”  De leerlingen vertrokken, gingen de stad binnen, vonden alles zoals Hij het hun gezegd had en maakten het paasmaal gereed. Toen de avond gevallen was, kwam Hij met de twaalf.  Terwijl zij aan tafel aanlagen en de maaltijd aan de gang was, zei Jezus: “Voorwaar, Ik, zeg u: een van u zal Mij overleveren, een die met Mij eet.”  Droefheid maakte zich van hen meester en zij begonnen de een na de ander Hem te vragen: “Ik ben het toch niet?”  Hij antwoordde hun: “Een van de twaalf, die met Mij in de schotel doopt. Wel gaat de Mensenzoon heen, zoals van Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon wordt overgeleverd! Het zou beter voor hem zijn als hij niet geboren was, die mens!”   Lees verder

Goede Vrijdag: Lezing over de Kruisiging van Jezus uit het Marcusevangelie en Verkondiging

Lezing over de Kruisiging van Jezus uit het Marcus-evangelie:

Toen brachten ze Jezus naar de plaats Golgota, wat vertaald wordt met Schedelplaats.  Daar boden ze Hem met mirre gekruide wijn aan, maar Hij weigerde.  

Nadat ze Hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren en dobbelden om wat ieder krijgen zou. Het was het derde uur, toen ze Hem kruisigden. Het opschrift met de reden van zijn veroordeling luidde: “De koning der Joden.”  Samen met Hem kruisigden ze ook twee rovers, de een rechts, de ander links van Hem. Zo ging in vervulling dit Schriftwoord: Hij is onder de booswichten gerekend.  Voorbijgangers hoonden Hem, terwijl ze het hoofd schudden en zeiden: “Ha, Gij daar, die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, kom van dat kruis af en red U zelf.”  In diezelfde geest zeiden de hogepriesters en schriftgeleerden spottend onder elkaar: “Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden. Die Messias, die koning van Israël, laat Hem nu van het kruis afkomen; dan zullen we zien en geloven!” Zelfs die samen met Hem gekruisigd waren, voegden Hem beschimpingen toe. 

Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het hele land, tot aan het negende uur toe. En op het negende uur riep Jezus met luider stem: “Eloi, Eloi, lama sabaktani?” Dit is vertaald: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Enkele omstanders, die het hoorden, zeiden: “Hoor, Hij roept om Elia.”  Een van hen ging een spons halen, drenkte die in zure wijn, stak hem op een rietstok en bood Hem te drinken, terwijl hij zei: “Laat me begaan! We willen eens zien of Elia Hem eraf komt halen.” Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest.  Toen scheurde het voorhangsel van de tempel van boven tot onder in tweeën. De honderdman die tegenover Hem post had gevat en zag dat Hij onder zulke omstandigheden de geest had gegeven, riep uit: “Waarlijk, deze mens was een Zoon van God.”  Er stonden ook vrouwen op een afstand toe te kijken; onder hen bevonden zich Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en Salome.  Zij waren Hem in de tijd dat Hij in Galilea verbleef, gevolgd om voor Hem te zorgen; verder nog vele andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem gekomen waren. Het was al avond geworden en het was Voorbereiding, dat wil zeggen de dag voor de sabbat.  

Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de Hoge Raad, die zelf ook in de verwachting van het Rijk Gods leefde, waagde het daarom naar Pilatus te gaan en te vragen om het lichaam van Jezus.  Pilatus stond er verwonderd over dat Hij reeds dood zou zijn; hij liet dan ook de honderdman roepen en vroeg hem, of Hij al gestorven was. Nadat hij door de honderdman op de hoogte was gebracht, stond hij welwillend het lijk aan Jozef af.  Deze kocht een lijnwaad, nam Hem af van het kruis en wikkelde Hem in het lijnwaad. Daarop legde hij Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang ervan. Maria Magdalena en Maria de moeder van Joses zagen toe, waar Hij werd neergelegd. 

Broeders en zusters, beste mensen

Op Goede Vrijdag wordt Jezus gedood door boze machten om hem heen. Hij wordt gepijnigd en omgebracht door slechte leiders die het volk ophitsen om kwaad te doen. Het is een dag van stilte, een dag waarop we ons terugtrekken in gebed om ons te verenigen met de mens Jezus. Iemand die gedood werd omdat hij goed wilde doen.

Het is ook een dag waarop wij stil staan bij een ander kwaad. We denken aan alle goede mensen die onschuldig moeten lijden onder ziekte en eenzaamheid. We denken aan de stervenden en de mensen die geen afscheid van hen kunnen nemen. We denken ook aan de gestorvenen, de mensen bij wie wij niet bij de uitvaart konden zijn.

Het kwaad treft goede mensen. Door onze tranen zoeken wij naar God en spreken de woorden van Jezus mee. “Mijn God mijn God waarom hebt Gij mij verlaten”. De eerste woorden van de tweeëntwintigste psalm. Het zijn woorden van pijn, maar het zijn woorden van pijn, in een psalm van redding.

Ook als er geen moed, geen kracht meer in ons lijkt te zijn, als alles een verloren zaak lijkt, is de Heer nabij. Hij zal ons redden uit de kracht van het kwaad, de kracht van ziekte en dood. De Heer lijdt aan het kruis, in zijn lijden draagt Hij ook onze pijn. Door zijn dood, neemt hij de dood van ons weg. In zijn graf is hij alle overledenen en allen die rouwen nabij. In zijn Opstanding maakt hij de wereld nieuw.

Amen.